Ik stond zoals de zoveelste keer gedachteloos voor de kassa toen ik hem zag, oud, bleek wit rimpelig. Ik probeerde hem weer te negeren, maar hij zag er zo zielig uit. Hij klom langzaam over het doosje bonuskaarten heen. Hoe zijn kleine pootjes bewogen, zijn wollige witte vacht en zijn lieve snoezige rimpelige gezichtje. Ik kon hem niet langer negeren. Zo’n schattig muisje had ik nog nooit gezien.
Ik wist heus wel dat het sociaal ongepast zou zijn om midden in de drukke Albert Heijn een muis zou gaan aaien. Maar ik had hem al wekenlang voorbij zien komen. Eerst was hij nog erg bang voor mij, maar misschien was er iets in mij dat hij zag, dat hij zich veilig voelde.
Ik keek om mij heen, iedereen was toch te druk bezig met zichzelf. Ik hield mijn vingers bij zijn neusje, zodat hij mij kon ruiken en bekend kon worden. Hij snuffelde zachtjes, keek op en toen opeens rende hij mijn op arm, mijn elleboog over, in de mouw van mijn tshirt.
Ik weet nog dat ik iets scherps voelde, misschien had hij me gebeten, misschien was het iets anders, maar het was op dat moment het minst van mijn zorgen.
De wereld om mij heen begon te draaien, te tollen. De vloer onder mij werd eerst opgezogen, daarna de zelfkassa’s, de rekken met kortingskaarten, de schappen. Ik gleed de vloer in, omringd met kleuren en geuren en ritmisch geluid.
Opeens was hij daar weer, maar dit keer niet zo lief en klein, maar nu reusachtig, en eng. Zijn grote ogen waren rood doorlopen. Zijn pootjes hadden scherpe klauwen. Ik keerde mij om om te rennen, maar ik kwam niet vooruit, vast in het ritme van kleur geur en geluid.
Zijn mond bewoog geluidsloos en mijn kleding was opeens veranderd. ik had een jurk aan, en dansschoenen met van die luide hakken.
Het geluid van mijn hakje maakte een ritme op de vloer dat ik zelf niet kon bepalen. Ik kon niets bepalen. Ik kwam niet meer uit de dans waarin ik mij begaf.